2007

 Val Benoit Liège

In 2007 krijgt SPI interesse voor dit gunstig gelegen terrein aan de ingang van de stad, op een boogscheut van het station Guillemins, ideaal om te renoveren.

Het wil de grote architecturale rijkdom van deze plek bewaren en ze opwaarderen via zijn renovatieproject. Dat werd in 2007 gelanceerd met de Stad Luik en de Ulg. De meeste oude universitaire gebouwen zullen gerenoveerd worden en hun bijzonder modernistische architectuur zal bewaard blijven.

Het project van SPI
SPI stelt het potentieel van dit terrein (ligging, architectuur) sterk op prijs en wil er een innoverend economisch centrum ontwikkelen. De logica voor de ontwikkeling van ruimte voor economische activiteit is niet meer dezelfde en SPI zet alles in om voor elke onderneming de best mogelijke ligging te vinden. In dat kader bestemt SPI de site toe aan bedrijven die geen zwaar wagenpark hebben, noch luidruchtige productieprocessen. Het tracht ze te overtuigen zich (opnieuw) in de stad te komen vestigen. Met dit voornemen om de bodembezetting te rationaliseren kan dankzij VAL BENO!T het equivalent van meer dan twintig hectare in een klassiek bedrijfspark bespaard worden met de verticale inplanting in "bedrijfsappartementen".

In december 2011 is de eerste concrete stap gezet en wordt SPI officieel eigenaar van Génie civil en omgeving.

Een SAR-dossier wordt goedgekeurd door Wallonië en SPI gaat vervolgens op zoek naar zijn toekomstige ontwerper via een wedstrijd. Een jury, die bestaat uit vertegenwoordigers van SPI maar ook verscheidene externe experts en partners, selecteert de tijdelijke associatie Baumans-Deffet/Dirix/BEL/MSA; we schrijven april 2012.

Wallonië ondersteunt het project!
Het project kan verder rekenen op een belangrijke financiële ondersteuning die vooral van regionale aard is. 10 miljoen euro werd vrijgemaakt in het kader van de SAR-dossiers van het Marshall Plan 2.Vert, via de minister voor Ruimtelijke Ordening Philippe Henry. Daar moet nog 6,5 miljoen euro aan toegevoegd worden voor SOGEPA trekkingsrechten en 11 miljoen euro voor uitrustingswerken via de Minister voor Economie Jean-Claude Marcourt.